Een blik in het verleden
Rond 1930‑35 stonden de straten van Amsterdam in het teken van een stille, maar felbevochten oorlog: de strijd tussen de zedenpolitie en een kleine groep ondernemende boekhandelaars die zich specialiseerden in wat toen nog “onzedelijke” literatuur en foto’s werd genoemd. De bekendste spelers in dit kat‑en‑muisspel waren de broers André en Henri Taurel, eigenaren van de Algemene Internationale Boekhandel Universo (Nieuwezijds Voorburgwal 316) en later van de winkel Montmartre in de Spuistraat.

Hun handelsmodel was niets minder dan een meesterlijke versie van “ondergronds ondernemen”:
- Schuiladressen – bestellingen werden afgeleverd op geheime locaties.
- Geheime leeskamertjes – achter een gewone kantoorkast lag een verborgen ruimte vol met prikkelliteratuur.
- Valse namen – de Taurels opereerden onder pseudoniemen om de controle van de politie te ontwijken.
Op 2 februari 1935 werd Henri Taurel tijdens een verhoor door de zedenpolitie zelfs gevraagd of hij het “goed” vond dat zijn hele zaak (inclusief duizenden boeken, tijdschriften en honderden foto’s) werd onderzocht en deels in beslag genomen. De politie vond uiteindelijk 457 boeken, een vijftigtal tijdschriften en meer dan duizend foto’s van naakte mannen, vrouwen én kinderen. De helft van deze “obscene” lading lag verborgen achter een kantoorkast, klaar om opnieuw de markt te bestoken zodra de storm voorbij was.



Hoe de autoriteiten reageerden
De Rijkszedenpolitie classificeerde elk ingeschept object in één van vijf categorieën – van “wetenschappelijk onderzoek” tot “zuiver obsceen”. Een foto werd pas als obsceen beschouwd wanneer het seksuele aspect expliciet werd benadrukt. Deze nuance toont aan dat zelfs in een tijdperk van “preutsheid en onbenul” de autoriteiten een zekere differentiatie probeerden te maken.
Toch bleek de snelheid waarmee de Taurels hun voorraad weer aanvulden “voor de rechercheurs van het Rijksbureau niet bij te benen” te zijn. Het resultaat? Een voortdurende cyclus van inbeslagnames, nieuwe leveringen en een steeds slimmere ondergrondse infrastructuur.
Het verlies van het archief
Historisch onderzoek naar deze periode is helaas fragmentarisch. Historicus Bert Sliggers (zie ook één tekening per dag) ontdekte in het voormalige Rijksarchief slechts één enveloppe met zes foto’s, het enige tastbare bewijs van een ooit bloeiende Nederlandse pornografiemarkt. De rest van het bewijsmateriaal werd ofwel teruggegeven aan de universiteit (die het vervolgens verwaarloosde) of volledig vernietigd. Sliggers concludeert dat “de geschiedenis van de Nederlandse pornografie letterlijk in rook opging”.
Leestip: De Amsterdamse gebroeders Taurel – Bert Sliggers
Van clandestiene handel naar erkende kunst
Misschien vraagt de lezer zich af wat dit te maken heeft met de hedendaagse BDSM‑beleving en gemeenschap? Het een cruciale schakel laat zien in de evolutie van erotiek van verboden consumptie naar culturele acceptatie:
| Periode | Kenmerk | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Voor 1900 | Import uit Parijs, nauwelijks lokaal aanbod | “Verboden fruit” – alleen beschikbaar via postorder |
| 1900‑1930 | Massaproductie dankzij goedkope druktechnieken | Nederlandse handelaren (incl. Taurels) nemen de markt over |
| Jaren ’30 | Strenge repressie, media‑paniek | Inbeslagnames, “bende vreemdelingen” in krantenkoppen |
| Na WO II | Seksuele revolutie, legalisatie | Wetenschappelijke “sexologie”, eerste open exposities |
| 1960‑1970 | Liberalisering, kunst‑institutionalisering | Musea tonen naaktfotografie naast schilderkunst |
| Vandaag | Digitale platforms, zelf‑curatie | OnlyFans, Patreon, en kunst‑galerijen die expliciete werken presenteren |
De overgang van “obscene” naar “kunst” is geen lineaire weg, maar een reeks van culturele onderhandelingen waarin macht, economie en esthetiek voortdurend botsen en samensmelten. De Taurels lieten zien dat er altijd een markt bestaat voor erotisch materiaal – het enige wat verandert, is wie de regels mag bepalen.
In beslaggenomen materiaal
| Categorie | Titel / Serie | Jaartal (ca.) | Herkomst / Uitgever / Fotograaf | Inbeslagname bij Taurel |
|---|---|---|---|---|
| Boeken & boekjes | Soma (reeks) | 1930–1935 | Parijs | André & Henri, meerdere invallen |
| Paris Plaisir | 1932–1935 | Parijs | André 1934 (grote stapel) | |
| Lou-Lou, het Parijsche naaktdanseresje | ca. 1932 | Parijs | Henri 1935 | |
| Toni, het mooie schildersmodel | ca. 1932 | Parijs | André & Henri | |
| Das feile Weib (reeks) | 1929–1933 | Berlijn | André 1932 & 1934 | |
| Die Strenge Erzieherin | ca. 1931 | Berlijn | André 1934 | |
| Flagellantismus als Erzieher | ca. 1930 | Berlijn | Henri 1935 | |
| Der strenge Pfleger | ca. 1930 | Berlijn | André & Henri | |
| Die strenge Erziehung | ca. 1930 | Berlijn | André 1934 | |
| Memoires van een zangeres | ca. 1933 | Nederlandse vertaling | Henri 1935 | |
| Psst… Psst… (tijdschrift) | 1932–1935 | Parijs | André 1934 | |
| Paris-Magazine | 1933–1935 | Parijs | André & Henri | |
| Fotomappen & reeksen | Flagellantismus-map (ca. 20 foto’s) | ca. 1930 | Berlijn | André & Henri |
| Série Parisienne de Nu | 1928–1935 | Parijs | André 1934 (honderden) | |
| Lesbiennes / Scènes saphiques | ca. 1930 | Parijs | Henri 1935 | |
| Yva Richard (bondage-series) | 1928–1935 | Parijs – Yva Richard | André & Henri | |
| Diana Slip (corset- en lingerie-foto’s) | 1925–1935 | Parijs – Diana Slip | André 1934 (grote partij) | |
| Julian Mandel (naaktkaarten) | 1920–1935 | Parijs | André & Henri | |
| Jean Agélou (klassieke naakten) | 1910–1930 | Parijs | André 1932 & 1934 | |
| Prentbriefkaarten | Type A t/m E (politieclassificatie) | 1925–1935 | Parijs / Tunis / Berlijn | Honderden per inval (1932–1935) |



Voor de moderne BDSM‑gemeenschap is het essentieel om te begrijpen dat wat vandaag als “taboe” wordt bestempeld, morgen kan deel uitmaken van de mainstream cultuur. De Taurels en hun clandestiene netwerk laten zien dat:
- Creativiteit en verlangen altijd manieren vinden om zich te uiten, zelfs onder zware repressie.
- Wet‑ en regelgeving vaak achterloopt bij de realiteit van menselijke seksualiteit.
- Documentatie (zoals het werk van Sliggers) cruciaal is om de verhalen van onderdrukte subculturen te behouden.
Door deze geschiedenis te kennen, kunnen we beter onderbouwen waarom vrijheid van expressie, privacy en respect voor consensuele kink onmisbare pijlers blijven van een gezonde, volwassen seksuele cultuur.
Slotwoord
De echo’s van de jaren ’30 resoneren nog steeds in onze hedendaagse discussies over censuur, platform moderatie en de plaats van erotiek in de kunstwereld. Laten we de lessen uit het verleden meenemen: Erken de kracht van subversieve creativiteit, bescherm de archieven die ons verhaal bewaren, en blijf strijden voor een wereld waarin iedereen vrijelijk kan ontdekken wat hen aantrekt – zonder angst voor onnodige vervolging.
Bronnen
De jacht op vieze boekjes en vunzige foto’s in de jaren 30 – Het Parool
De Amsterdamse gebroeders Taurel – Bert Sliggers
We Always have Paris – Raymond van den Boogaard
Kunst & Fotografie – Bdsm Art Archive – Sensual & Surreal Views – Yva Richard Studio
Geef een reactie